Verwerkingsaanwijzingen

Om pro clima SOLITEX MENTO efficiënt en effectief te laten werken, dient deze correct te worden ingebouwd. Hier leest u waar u op moet letten.

 

Randvoorwaarden

SOLITEX MENTO banen dienen met de bedrukte zijde naar de verwerker wijzend te worden aangebracht.
Ze worden strak en zonder doorhangen horizontaal (parallel aan de dakvoet) als onderdak- en onderspanfolie gelegd.
Bij gebruik als onderspanbaan is de keperafstand begrensd tot 100 cm.

Bevestigingen mogen niet op plaatsen worden uitgevoerd, waar verzameld water wegstroomt (bijv. in killen).

Op niet-geïsoleerde, niet verbouwde zolderverdiepingen dient een nokventilatie te worden geïnstalleerd. Laat daarvoor de SOLITEX-baan 5 cm voor de nok eindigen. Bovendien dient de onverbouwde zolderverdieping te worden voorzien van continu werkende ventilatie-inrichtingen.

Ter bescherming van de constructie tijdens de bouwfase in de betekenis van de ZVDH (Zentralverband des Deutschen Dachdeckerhandwerks - Centrale Duitse dakdekkersbond) is het mogelijk SOLITEX MENTO onderdak- en onderspanbanen max. 6 maanden als tijdelijke afdekking te gebruiken. De dakhelling moet in dit geval min. 14° zijn. Daarvoor dienen de systeemcomponenten TESCON NAIDECK nagelafdichtingsband, ORCON F aansluitlijm en TESCON VANA voor het verlijmen van overlappingen resp. aansluitingen te worden gebruikt. De connect-varianten beschikken over twee zelfklevende zones voor een veilig beschermende buitenafdichting. Bij het leggen en verlijmen dienen de vereisten van het reglement van de Duitse dakdekkersbond in acht te worden genomen.

Volgens het vakreglement van dakdekkers zijn deze als aanvullende maatregel bij bescherming tegen regen geschikt als onderspanbaan bij het dekken van het dak met dakpannen en leien met een gemakkelijke overlapping. Bij het gebruik als onderdakbaan met een eenvoudige overlapping op houten beschot zijn de SOLITEX MENTO-banen ook bij verhoogde eisen geschikt als aanvullende maatregel bij bescherming tegen regen.

 

Aanvullend advies voor inblaasisolatie

SO­LI­TEX MEN­TO PLUS kan ook als be­gren­zen­de laag voor al­le soor­ten in­blaas­iso­la­tie die­nen. Een wa­pe­ning zorgt voor een ge­rin­ge rek­king bij het in­bla­zen. Voor­af­gaand aan het in­bla­zen dient het ten­gel­werk reeds te zijn aan­ge­bracht. Af­han­ke­lijk van de span­ten­af­stand vlat een steun­lat in het mid­den van de vak­ken (in spantrich­ting) aan te be­ve­len, die aan de dag­lat­ten wordt be­ves­tigd. De­ze be­grenst het uit­bol­len van SO­LI­TEX MEN­TO PLUS bij het in­bla­zen.

Het over­langs aan­bren­gen op de dra­gen­de con­struc­tie biedt het voor­deel, dat de voeg zich op een vas­te on­der­grond be­vindt en daar­door is be­schermd. De af­stand van de voor de baan­be­ves­ti­ging nood­za­ke­lij­ke tac­ker­nie­ten mag maxi­maal 5 tot 10 cm be­dra­gen. Bij het aan­bren­gen dwars op dra­gen­de con­struc­tie moet di­rect op de wind­dicht ver­lijm­de baan­o­ver­lap­ping een steun­lat zijn aan­ge­bracht, om trek­be­las­ting van de ver­lijm­de ver­bin­ding te voor­ko­men. Als al­ter­na­tief kan de kleef­band op de over­lap­ping ex­tra met dwars lo­pen­de kleef­band­stro­ken op een af­stand van tel­kens 30 cm wor­den ge­borgd.

Wordt de iso­la­tie van bui­ten in­ge­bla­zen, kun­nen de in­blaas­ga­ten ver­vol­gens met de 15 cm bre­de TES­CON VA­NA wor­den ver­lijmd.

 

Verdere aanwijzingen

De ge­toon­de in­for­ma­tie heeft be­trek­king op de hui­di­ge stand van on­der­zoek en er­va­rin­gen uit de prak­tijk. Even­tu­e­le wij­zi­gin­gen aan aan­be­vo­len con­struc­ties, ver­wer­king en door­ont­wik­ke­ling en de daar­mee ge­paard gaan­de kwa­li­teits­wij­zi­gin­gen van de af­zon­der­lij­ke pro­duc­ten wor­den voor­be­hou­den Wij in­for­me­ren u graag over de ac­tu­e­le tech­ni­sche ken­nis­stand ten tij­de van de in­stal­la­tie.

Ver­de­re in­for­ma­tie over de ver­wer­king en de con­struc­tie­de­tails vindt u in de pro cli­ma plan­nings­do­cu­men­ta­tie. Raad­pleeg te­vens de aan­be­ve­lin­gen voor ver­lij­ming in de ac­tu­eel gel­den­de pro cli­ma toe­pas­sings­ma­trix.