De sluipwegen van het vocht

Thermische isolatieconstructies moeten worden beschermd tegen vochtbelasting door de warme binnenlucht. Hiervoor zorgen damprem- en luchtdichtingsbanen.

Diffusion

Diffusie geschiedt volgens plan

Diffusie: De diffusie vindt plaats onder invloed van het drukverschil tussen binnen en buiten. Daarbij vindt er geen uitwisseling via voegen plaats, maar via vocht door een monolithische, luchtdichte materiaallaag.
De diffusie verloopt in de winter doorgaans van binnen naar buiten, in de zomer van buiten naar binnen. De vochtintreding in de constructie hangt af van de diffusieweerstand (μd‑waarde) van het materiaal.
De periode met warmebuitentemperaturen duurt in Midden-Europa langer dan die met winterse temperaturen, zodat er meer vocht uit de constructie naar buiten kan opdrogen.

Een damprem met een μd-waarde van 2,3 m laat in de winter volgens de methode van Glaser per dag ca. 5 g vocht per vierkante meter de constructie binnendringen.

Konvektion

Onvoorzien: luchtstroming (convectie)

Convectie: Beweegt lucht zich als een stroom, dan spreekt men van convectie. Deze kan als thermische isolatieconstructies optreden, wanneer er voegen in het dampremvlak aanwezig zijn. Tussen binnen- en buitenklimaat heerst ten gevolge vanhet temperatuurverschil ook een drukverschil, dat zich via de luchtstroming wil opheffen.

Door convectie kan per dag een veelvoud van 100 g vocht in de isolatie komen en zich daar als condens verzamelen.

Flankendiffusion

Onvoorzien: vochtintreding via de flank van een bouwelement

Flankdiffusie: Vocht dringt via de flank van een bouwelement door in de thermische isolatie. Het bouwelement met de flank is in de regel luchtdicht, maar heeft een lagere μd-waarde dan de damprem. Voorbeeld: geïntegreerde, luchtdicht gepleisterde metselwand. Wanneer van buiten diffusiedichte constructies aan de binnenzijde van dampremmen zijn voorzien, die geen of slechts geringe terugdroging mogelijk maken, dreigt vochtophoping en daardoor bouwschade, ook bij een luchtdichte uitvoering.

Feuchte Baustoffe

Onvoorzien: vocht uit bouwmateriaal

Vochtige bouwmaterialen: Via de verwerkte bouwmaterialen komt er dikwijls veel water in de constructie terecht.
Een voorbeeld maakt duidelijk, om welke hoeveelheden het daarbij kan gaan. Bij een dak met 6/22 kepers, e=70 cm en een houtgewicht van 500 kg per kubieke meter is sprake van ca. 10 kg hout per vierkante meter. Bij uitdroging van het hout komt dus water per vierkante meter vrij

  • bij uitdroging van 1 %: 100 g water/m²
  • bij uitdroging van 10 %: 1000 g water/m²
  • bij uitdroging van 20 %: 2000 g water/m²

Vervolgens worden deze vochtigheidsgraadin kan binnendringen in de overige delen van de constructie.

 

Achtergronden

Condensatie - Dauwpunt - Condenshoeveelheid

Condensatie - Dauwpunt - Condenshoeveelheid

De thermische isolatie in hout- en staal- bouwconstructies scheidt de warme binnenlucht van de koude buitenlucht met een geringe absolute luchtvochtigheid.
Dringt warme binnenlucht gedurende het koude jaargetijde binnen in een bouwelement, dan koelt de lucht tijdens de verplaatsing door de constructie af. De in de lucht aanwezige waterdamp kan tot vloeibaar water condenseren.
Oorzaak van de vorming van condenswater is het fysische gedrag van de lucht: warme lucht kan meer water opnemen dan koude lucht. Bij een hogere rel. luchtvochtigheid in de ruimte (bijv. nieuwbouw met 65 %) wordt de dauwpunttemperatuur hoger en als direct gevolg daarvan wordt de hoeveelheid condenswater groter.

Abb.: Onder normale klimaatomstandigheden (20 °C / 50 % rel. luchtvochtigheid) wordt het dauwpunt bereikt bij 9,2 °C. Bij -10 °C treedt condensvorming van 6,55 g/m³ lucht op.

Grafiek voeg vochtige

Convectie: 800 g condens door 1 mm brede voeg

Een voorbeeld: Door een isolatieconstructie zonder voegen met een damprem met een μd-waarde van 30 m diffundeert op een normale winterdag 0,5 water per vierkante meter in de constructie.
In dezelfde tijdsperiode stroomt door convectie via een 1 mm brede voeg in de damprem 800 g vocht per meter voeglengte in de constructie.
Dat komt overeen met een verslechtering met een factor 1600.

 

Conclusie

  • Vocht kan op tal van manieren de constructie binnendringen. Vochtbelasting kan nooit volledig worden uitgesloten.
  • Wanneer de vochtbelasting te hoog is, treedt bouwschade op.
  • Dampremmen zijn veiliger dan dampschermen. Dampschermen met hoge diffusieweerstanden laten nauwelijks terugdroging vanuit het bouwelement naar binnen toe en worden zo al snel vochtvallen.
  • Bepalend voor het bouwschadevrij blijven van een constructie zijn: hoge uitdrogingsreserves.