Bescherming tegen weer en wind

Het wind­dich­tings­vlak be­schermt de iso­la­tie te­gen re­gen, sneeuw en wind aan de bui­ten­zij­de. Het zorgt er te­vens voor dat de iso­la­tie niet met kou­de lucht wordt door­stroomd en daar­door op­ti­maal kan wer­ken.

 

Dat betekent:

De winddichting is doorslaggevend voor de optimale werking van de warmte-isolatie. Deze wordt aan de buitenzijde van de isolatie ingebouwd en verhindert doorstroming van koude lucht door de buitenste isolatielagen en ventilatie van de isolatie aan de achterzijde met koude buitenlucht.
Voorwaarde voor de isolerende werking van cellulose, houtvezel, wol, minerale vezels etc. is dat de aanwezige luchtinsluitingen in het materiaal zich niet verplaatsen. De winddichting waarborgt zo de effectiviteit van de isolatie en verhindert plaatselijke afkoeling van de naar de binnenruimte toegekeerde oppervlakken.
Bij geventileerde constructies met een aan de onderzijde geventileerde dakafdichting biedt het winddichtingsvlak extra bescherming tegen evt. afdruipend secundair condenswater, regen en sneeuw.
Een zorgvuldig uitgevoerd winddichtingsvlak verhoogt de bescherming tegen het optreden van convectiestromen.

Ungeschützter Dämmstoff

Isolatie door stilstaande lucht

Onbeschermd isolatiemateriaal:
Luchtbeweging in de poriënstructuur vermindert de isolerende werking.

WD_umschlossen

Beschermde thermische isolatie

Beschermd isolatiemateriaal:
Geen luchtbeweging in de poriënstructuur mogelijk, volledige isolatiewerking.

Een voorbeeld:
Ook de warmte-isolerende werking van een wollen trui is gebaseerd op niet bewegende luchtlagen tussen de vezels.
Zodra er een koude wind waait, neemt de isolerende werking af. Trekt men over de trui een dun windjack aan dat zelf geen noemenswaardige warmte biedt, dan wordt de isolerende werking hersteld.

 

Van binnen luchtdicht - van buiten winddicht

Daarom is bij een optimale isolatieconstructie het isolatiemateriaal aan alle kanten afgesloten: van buiten met de winddichting, bijv. een diffusieopen onderdak- of gevelbaan, van binnen met een luchtdichtingsvlak, bijv. een damprem.
De winddichting verhindert dat er koude lucht door de isolatie stroomt. De luchtdichting beschermt tegen het binnendringen van vochtige binnenlucht en aldus tegen condensvocht en schimmel.

Tip: Belangrijk bij het aanbrengen van de luchtdichting is een perfecte uitvoering, want openingen in het isolatievlak en de aansluitingen hebben gevolgen.