De met vezels versterkte vloeibare folie met vochtvariabele μd-waarde, blauw/zwart

Voordelen

  • Tijdbesparend: gebruiksklare dispersie
  • Betrouwbare constructies door uitstekende hechting op gangbare oppervlakken in de bouw
  • Overbrugt scheuren en naden tot 20 mm breed, in combinatie met AEROSANA FLEECE ook grotere scheuren en naden
  • Kan worden bepleisterd, beschilderd of met tapes van pro clima worden beplakt
  • Flexibele toepassing binnen en in een beschermde buitenomgeving dankzij vochtvariabele μd-waarde
  • Uitstekende resultaten bij de test op schadelijke stoffen, getest conform ISO 16000

Toepassing

Toepassing als (spuit- en) strijkbare dampremmende, luchtdichte of winddichte laag bij aansluitingen op wanden en (tussen)vloeren, voor het afdichten van doorvoeropeningen en van oppervlakken die niet lucht- of winddicht zijn, bijv. geschuimde kozijnaansluitingen.
Kan ook worden gebruikt als hechtprimer tussen ondergrond en verdere lagen resp. verlijmingen. Toepassing binnen en in een beschermde buitenomgeving.
Dankzij vezelwapening kunnen naden en scheuren tot 20 mm worden overbrugd en afgedicht. Bij grotere naden AEROSANA FLEECE gebruiken.

Afbeeldingengalerij verwerking met kwast / plamuurmes

Afbeeldingengalerij: Dakvoetaansluiting renoveren met AEROFIXX

Afbeeldingengalerij: Aansluiting dubbele trekplaat met AEROFIXX

Afbeeldingengalerij: Kozijnaansluitingen met AEROFIXX

Film: Dakvoetaansluiting renoveren met AEROFIXX

Film: Aansluiting dubbele trekplaat met AEROFIXX

Film: Kozijnaansluitingen met AEROFIXX

Randvoorwaarden

Openingen in de ondergrond, zoals scheuren, mogen max. 20 mm breed zijn. Scheuren tot max. 8 mm kunnen gewoon worden beschilderd.
Breng bij scheuren van 8-20 mm breed diep in de scheur AEROSANA VISCONN FIBRE aan. De scheur moet minimaal de helft van de breedte diep met afdichtingsverf worden gevuld.
Bij grotere naden of scheuren dient AEROSANA FLEECE of een tape (bijv. TESCON VANA) te worden gebruikt.
Alternatief kan de opening met een geschikte pleister of mortel worden dichtgemaakt.

Tijdens het drogen, verandert de kleur van AEROSANA VISCONN FIBRE van blauw naar zwart. AEROSANA VISCONN white verandert niet van kleur.
De vochtige laag tegen vocht (bijv. regen) beschermen tot hij helemaal droog is.

Beschermingsmiddelen
Als het materiaal op slecht geventileerde plaatsen wordt aangebracht, moeten er persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt, waaronder een mondkapje, een veiligheidsbril en handschoenen.

Verwerking met kwast
Alle AEROSANA VISCONN-producten kunnen met een kwast worden aangebracht.Om efficiënt te kunnen werken, moet de kwastbreedte ≥ 50 mm zijn. Controleer met een meetsjabloon of de minimale laagdikte van 500 μm is bereikt.

Opslag
Als AEROSANA VISCONN langere tijd is bewaard, kan het materiaal door het bijmengen van water (~5%) weer een sproeibare consistentie krijgen. Voorkom dat het materiaal te dun wordt (risico op sterker vloeien en minder goede scheuroverbrugging). Als de emmer luchtdicht wordt gesloten en het materiaal ook nog met een dunne folie wordt afgedekt, bestaat er minder kans op uitdrogen.

Ondergronden

Ondergronden moeten gereinigd zijn.
Verwerking op bevroren ondergronden is niet mogelijk. Er mogen geen afstotende stoffen op de te bespuiten materialen aanwezig zijn (bijv. vetten of siliconen). Ondergronden moeten voldoende droog en stevig zijn.
Verwerking op vochtige ondergronden mogelijk, maar niet op natte.

De vloeibare folie hecht op alle gangbare bouwmaterialen, bijv. minerale ondergronden als beton en metselwerk (bijv. baksteen, kalkzandsteen, gasbeton, puimsteen). Betonnen of gepleisterde ondergronden mogen niet te zacht worden en daardoor hun samenhang verliezen.
Daarnaast op alle folies van pro clima, op folies van PE, PA, PP en aluminium, op geschaafd en gelakt hout en op plaatmateriaal op basis van hout (spaan-, OSB- en MDF-platen, gefineerde multiplexplaten en houtvezelonderdakplaten), op roestvaste metalen ondergronden en op harde kunststoffen (bijv. buizen, kozijnen).

Voor gebruik eerst controleren of de ondergrond geschikt is voor vloeibare folie. Op oneffen ondergronden of ondergronden die van een structuur zijn voorzien, moeten indien nodig meerdere lagen worden aangebracht. Gebreken in de ondergrond (loslatende delen) of sterke oneffenheden indien nodig eerst beplakken (afhankelijk van de situatie bijv. met één van de CONTEGA SOLIDO tapes) of met plamuur egaliseren.

Dilatatievoegen kunnen vanwege de te verwachten bewegingen niet worden afgedicht. Overgangen, zoals aansluitingen tussen vloeren en wanden, moeten volledig worden afgedicht met een laag die de minimaal vereiste dikte heeft (500 μm nat in nat).
Stootvoegen, bijv. kilkepers tussen houtvezelonderdakplaten, samen met AEROSANA FLEECE realiseren.
Folies (bijv. INTELLO van pro clima) die luchtdicht moeten worden aangesloten, moeten met een geschikte tape (bijv. TESCON VANA of CONTEGA SOLIDO SL) worden gefixeerd. Er mag geen spanning op de overgang staan.

Aangrenzende materialen/oppervlakken beschermen
Aangrenzende oppervlakken beschermen, met name zichtbare oppervlakken van hout, glas, keramiek, baksteen, natuursteen, lak en metaal. Spatten direct met veel water wegspoelen. Niet wachten tot de afdichting hard wordt. Gereedschap direct na gebruik met water reinigen. Schoonmaakwater opvangen en volgens de officiële voorschriften verwijderen.



Meer informatie